Nieuwsbrief augustus 2021

Het is hoogzomer en heerlijk weer voor lekkere wandelingen. Helaas zijn er nu ook weer volop grasaren te vinden. Deze grasaren, ook wel ‘kruipers’ genoemd, kunnen voor vervelende problemen bij uw huisdier zorgen. Vooral honden, maar ook katten en andere dieren kunnen daar last van hebben.

Wanneer gras tot bloei komt, ontstaan er grasaren. Deze aren bevatten de zaden van het gras. We zien ze vooral veel in de periode van juni tot en met augustus. Eerst zijn ze groen, maar wanneer ze uitdrogen, krijgen ze een gele kleur en vallen ze uit elkaar in losse zaden.

De grasaren hebben weerhaakjes. Dit zijn de lange ‘stekels’ die uit de aar steken. Dankzij deze weerhaken blijven de aren makkelijk in de vacht van uw huisdier zitten. De weerhaakjes van de aren kunnen echter ook in de neus, oren en ogen van uw dier terechtkomen en zelfs de huid binnendringen.

In de neus:

Krijgt uw dier een grasaar in zijn neus, dan zal hij gaan niezen. Dankzij de weerhaken kan een grasaar maar één kant op bewegen en daardoor steeds verder de neusholte inkruipen. Uiteindelijk kan de aar aan het einde van de neusholte terechtkomen en gaan ontsteken. Daarom is het belangrijk dat de aar snel verwijderd wordt. Uw dierenarts kan de aar met een speciaal tangetje proberen te pakken. Als dat niet lukt, zal uw dier onder narcose moeten.

In het oor:

Een aar kan ook in het oor van uw dier terecht komen en steeds dieper kruipen. Uw dier gaat dan met zijn kop en oren schudden, omdat dit erg pijnlijk is. Hij kan ook steeds met zijn oren tegen andere dingen aanwrijven. Dieren met grotere, hangende oren en veel haar lopen het meeste risico. Als de aar niet op tijd verwijderd wordt, zal hij steeds verder de gehoorgang inkruipen en kan uiteindelijk zelfs het trommelvlies doorprikken.

Probeer niet zelf een grasaar uit het oor te halen, maar ga naar een dierenarts. Deze zal proberen de aar met een speciale tang te verwijderen. In sommige gevallen is het nodig om uw dier onder verdoving te brengen.

In het oog:

Als een weerhaakje van de grasaar in het oog terecht is gekomen, zal uw dier met het oog gaan knijpen en misschien proberen er steeds met de poot in te wrijven. Ook dan is het belangrijk om snel naar de dierenarts te gaan want de aar kan het hoornvlies aantasten.

In de poot of huid:

Grasaren kunnen de huid binnendringen, omdat de weerhaken erg scherp zijn. Een bekend probleem is dat aren tussen de tenen van een dier gaan zitten, waarna de stekels door de huid heen prikken. Ook op andere plaatsen kan een grasaar in de vacht vast komen te zitten en uiteindelijk de huid doorprikken.

Dieren kunnen gaan krabben of likken aan de plek waar de weerhaken van een grasaar het lichaam in dringen, omdat de huid daar irriteert of pijn doet. Dit kan uiteindelijk ook tot ontstekingen leiden, soms met een abces. Ziet u een aar op de vacht of tussen de tenen zitten? Dan kunt u deze voorzichtig zelf proberen te verwijderen. Let op dat er geen weerhaakjes in de huid blijven zitten. Pak de weerhaken zo dicht mogelijk bij de huid vast en trek ze er voorzichtig uit.

Voorkomen is beter

Probeer te voorkomen dat uw dier op velden met grasaren loopt. Controleer honden altijd na afloop van een wandeling. Ziet u weerhaakjes die u niet verwijderd krijgt? Of krijgt uw dier klachten, zoals niezen, kopschudden of mank lopen? Wacht dan niet af, maar neem contact op met een dierenarts. Door snel te reageren zijn de aren vaak relatief makkelijk te verwijderen.

Onze regio valt onder Dierenambulance de Heuvelrug. Deze dierenambulance draait geheel op vrijwilligers, maar helaas zijn er te weinig. Het gevolg is dat mensen vaak tevergeefs een beroep doen op de hulp van de dierenambulance. Ook de dierenambulances in de omgeving, zoals in Houten, hebben te weinig vrijwilligers. Bent u een dierenliefhebber, kunt u kordaat optreden en beschikt u over een rijbewijs? En hebt u voldoende vrije tijd en de wil om mee te helpen? Neem dan contact op met de Dierenambulance (dat kan via de website van de Dierenbescherming)

Nachtelijke activiteit hond biedt aanwijzing voor aanpassingsvermogen

Elk jaar komen duizenden honden in Nederland in een asiel terecht. Experts verwachten de komende periode een toename in het aantal asielhonden, als mensen na corona weer naar kantoor gaan. Ondanks de goede zorgen van medewerkers en vrijwilligers kan het asiel een heftige ervaring zijn voor honden. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht onderzochten of honden aan hun nieuwe leefomgeving konden wennen aan de hand van hun rustpatroon.

Janneke van der Laan en collega-onderzoekers van de faculteit Diergeneeskunde vergeleken de nachtrust van 29 asielhonden en 29 huishonden – die op elkaar leken wat betreft ras, leeftijd en sekse – met elkaar met behulp van een kleine bewegingsmeter aan de halsband en nachtcamera’s.

De asielhonden bleken ’s nachts veel minder te rusten dan de huishonden, vooral in de eerste twee nachten in het asiel. De onrust nam wel af in de loop der tijd, maar zelfs na twaalf dagen in het asiel waren de honden ’s nachts nog steeds onrustiger dan de huishonden.

“Dat de asielhonden onrustiger waren zagen wij ook terug in hormoonmetingen in de urine” licht Janneke van der Laan toe. De waardes van het stresshormoon cortisol waren hoger bij de asielhonden dan bij de huishonden, vooral tijdens de eerste twee dagen maar ook nog na twaalf dagen. Opvallend was ook dat kleinere asielhonden, bijvoorbeeld shi tzu’s en chihuahua’s, in de eerste twee nachten onrustiger bleken te zijn en ook hogere cortisol-waardes hadden dan grotere asielhonden.

De onderzoekers vonden grote verschillen tussen individuele honden: sommigen zijn al de eerste nacht vrij rustig, terwijl anderen een paar nachten nauwelijks een oog dicht doen. “Het lijkt er dus op dat de honden in ieder geval twee dagen, maar vaak langer nodig hebben om te wennen aan de nieuwe omgeving, in dit geval het asiel”, legt Van der Laan uit. “Bij mensen is het ook zo dat we in een andere omgeving, zoals aan het begin van de vakantie, vaak de eerste nacht slechter slapen”.

“Met ons vervolgonderzoek zoomen wij nog verder in op het welzijn van honden in asielen. Maar onze huidige bevindingen tonen al aan dat het belangrijk is om goed op de honden te letten die na een aantal nachten nog niet goed kunnen rusten. De asielmedewerkers kunnen deze honden misschien al helpen door ze bijvoorbeeld een rustigere plek te geven.”

Openingstijden

De praktijk is van maandag tot en met vrijdag geopend van 8.00 uur tot 17.00 uur.

Wij behandelen uitsluitend op afspraak.


Praktijk

Diergeneeskundig Centrum Doorn
Kampweg 42
3941HJ Doorn
0343-414582


AFSPRAAK MAKEN

Consult en behandeling geschiedt dagelijks op afspraak. Bel daarom tijdig met onze balie-assistente om tijd te reserveren voor uw huisdier.